Vleermuizen

Vleermuizen zijn vliegende zoogdieren. Ze zijn in de schemering en ’s nachts actief, wanneer ze op zoek gaan naar voedsel (insecten).  Ze gebruiken vaak heggen of bomenrijen als oriëntatiepunten en geleiding door het landschap. Wegen vormen hierin een onderbreking, en ook de verlichting ervan schrikt hen af. Vleermuizen zijn erg honkvast, dat wil zeggen dat ze trouw blijven aan hun slaap- en overwinteringsplaats. Vleermuizen verblijven in de winter het liefst in donkere, vochtige plekken zoals grotten, bunkers, forten, boomholten, … In de zomer zoeken ze zeer warme schuilplaatsen op (zoals kerkzolders) om hun jongen te baren. Bij de migratie tussen hun winter- en zomerverblijfplaats leggen ze vaak lange afstanden af.

Vleermuizen maken gebruik van ecotunnels, ecoducten, en ecovalleien (als ze een geleidende functie hebben). Soms gebruiken ze een ecoduiker als overwinteringsplaats.