Andere ontsnipperingsmaatregelen

Schermen

Op ecoducten, ecotunnels, ecoduikers en andere ontsnipperende maatregelen tref je soms hoge dichte schermen aan. Dit zijn flankerende maatregelen, die de impact van de andere maatregelen versterken. Schermen worden meestal geplaatst om de verstoring door het passerende verkeer tegen te gaan. Ze weren het licht van koplampen of het geluid van de auto’s en zorgen voor visuele rust in het landschap, zodat de dieren het voorbijrazende verkeer niet zien. Ze kunnen bestaan uit een houten scherm of uit een grondmassief, en worden geplaatst op de brugranden van ecoducten en andere overgangen, of langs de weg ter hoogte van onderdoorgangen.

Boombrug

Een boombrug of eekhoornbrug is een constructie gemaakt van stalen kabels, touwen of een stalen vakwerk, soms gevuld met boomschors, die in de hoogte over de weg wordt gespannen. Ze dient als ‘loopbrug’ tussen twee boszones aan weerskanten van de weg en moet tussen twee boomkruinen in hangen.

Vooral ‘boombewoners’, zoals eekhoorns en boommarters kunnen gebruik maken van deze verbindingen. Doordat er moeilijk geleidingsmaatregelen genomen kunnen worden om de dieren naar deze passage te leiden, blijft het gebruik daarvan soms achter. Het belangrijkste is dat de verbinding goed doorloopt tot binnen de kruinen van de bomen.  Indien dieren deze passages niet vinden kiezen de dieren er soms toch nog voor om de oversteek te wagen – of ze maken gebruik van één van de andere maatregelen (zoals een ecoduct of een tunnel) als die er zijn.

Binnenkant van een boombrug

Boombrug aan de Brusselse ring

Wildspiegels

Een wildspiegel is eigenlijk geen ontsnipperingsmaatregel, ze zijn vooral bedoeld om ongevallen te voorkomen. Een wildspiegel bestaat uit een reflector die is aangebracht op bijvoorbeeld paaltjes langs de weg, of op met de wind bewegende draaimolentjes. De reflectie van de koplampen van de auto’s zou ervoor moeten zorgen dat dieren schrikken en daardoor niet willen oversteken. Of dit ook in de praktijk goed werkt, is nog onvoldoende bekend. Ook denkt men dat de dieren de wildspiegels gewoon kunnen worden en er geen rekening mee houden op termijn.

Wildspiegels

Wilddetectiesystemen

Wilddetectiesystemen registreren de beweging van dieren in de omgeving van de weg. Vervolgens kan het de chauffeurs waarschuwen dat er zich dieren op de weg bevinden, zodat ze op tijd hun snelheid kunnen aanpassen. Deze systemen maken meestal gebruik van infrarooddetectie.

Wilddetectiesystemen kunnen ongelukken voorkomen, maar zijn net als de wildspiegels geen echte ontsnipperingsmaatregel. De dieren moeten nog steeds een onbeschutte verharde weg oversteken met alle gevaren van dien. Een automatisch signalisatiesysteem met detectie kan ingezet worden in combinatie met ecorasters. Deze leiden de dieren vervolgens naar (voor de automobilistern goed aangeduide) oversteekplaatsen.

Het plaatsen van een wilddetectiesysteem kan wel een voordeel zijn voor het sensibiliseren van wegbestuurders in bijvoorbeeld beboste of afgelegen gebieden. In bossen waar zwijnen en reeën leven kunnen chauffeurs nogal eens verrast worden door plots opduikend wild. Een bord dat enkel oplicht wanneer er daadwerkelijk wild in de buurt is, zou meer effect hebben dan de vaste waarschuwingsborden die er nu staan. Hier zijn het de bestuurders die kunnen gewoon worden aan het systeem en bij teveel “valse waarschuwingen” hun snelheid op termijn niet meer vertragen.

Vleermuisvriendelijke verlichting

Nachtfoto met vleermuisvriendelijke verlichtingDe meeste vleermuizensoorten zijn in hun zoektocht naar voedsel zeer gevoelig voor licht. Door het aanpassen van de verlichting op gemengde natuurbruggen of -tunnels, kunnen deze vleermuisvriendelijk worden gemaakt. Maar niet alleen vleermuizen hebben hier baat bij. Als dit systeem wordt toegepast hebben ook de andere dieren minder last van het licht, en zullen ze de maatregel vaker gebruiken.

Vleermuisvriendelijke verlichting bestaat in drie varianten:

  • Amberkleurige led-lampjes: amberkleurige verlichting stoort de vleermuizen niet, en geeft de mens wel nog voor voldoende zicht op de omgeving.

  • Verlaagde lichtmasten van max. 6 meter met een aangepast armatuur: deze lichten schijnen scherp naar beneden, en hebben slechts een beperkte zijwaartse straling.

  • Dimbare verlichting: deze detecteert de aanwezigheid van auto’s, fietsers of wandelaars. Alleen als er mensen in de buurt zijn gaat de wegverlichting aan. De lampen zijn zo ingesteld dat ze bij het inschakelen langzaam aangaan (geen ‘flits’) en bij uitschakelen zachtjes doven.

Aanpassing van de verkeersstroom

Ook dit zijn geen ontsnipperingsmaatregelen, maar wel maatregelen die erop gericht zijn om de veiligheid van mens en dier te verhogen. Afhankelijk van het type weg, kunnen volgende maatregelen genomen worden:

  • Verlagen van de maximumsnelheid: dit kan bij lokale of trage wegen, maar is moeilijk realiseerbaar op autosnelwegen of gewestwegen.

  • (tijdelijk) afsluiten van bepaalde wegen: dit kan bij wegen die minder vaak gebruikt worden, of waar een volwaardig alternatief voorhanden is.

  • Creëren van autoluwe zones: dit kan door het aanleggen van verkeersdrempels, asverleggingen en smallere wegen of door het halverwege afsluiten van wegen.

‘Hop-over’ voor vleermuizen, vlinders en vogels

Een hop-over bestaat uit het aanbrengen van hoge beplanting in de bermen van wegen waardoor vleermuizen en vogels gestimuleerd worden om omhoog te vliegen en niet in aanraking te komen met het verkeer. Op die manier hebben ze ook minder tot geen last van de turbulentie veroorzaakt door het verkeer.