Gecombineerde natuurbruggen

Wat?

De ecoducten of natuurbruggen op plaatsen met hoge natuurwaarden zijn strikt voorbehouden voor natuur. Het is echter ook mogelijk om één brug voor zowel dieren als mensen in te richten. Dat kunnen wandelpaden, ruiterpaden, fietsverbindingen, landbouwwegen en soms ook wegen met beperkt lokaal verkeer zijn. Naargelang het type verkeer op zo’n brug, krijgt die een specifieke benaming. Zo spreken we soms over ecoveloducten, ecorecreaducten, bermbruggen,...

Ecoveloducten

Dat is een brug hoofdzakelijk in gebruik voor natuur (‘eco’), gecombineerd met een fietspad (‘velo’). Een dergelijk ecoveloduct werd gerealiseerd op een bestaande brug van de afgesloten gewestweg (N744) tussen As en Wiemesmeer over de E314 ter hoogte van het Nationaal Park Hoge Kempen (Mechelse Heide).

Ecorecreaducten

Op een ecorecreaduct wordt natuur gecombineerd met  zachte recreatie (fietsers, wandelaars, ruiters). In feite is ecoduct De Warande een ecorecreaduct omdat er een aparte zone voorzien is voor ruiters.

Bermbruggen

De term bermbrug wordt gebruikt voor een (meestal) bestaande, vaak smalle brug met beperkt verkeer waarop de natuur via groene bermen doorloopt. Bij een bermbrug is de hoofdfunctie nog steeds het verkeer en de natuur lift mee. De brug behoudt dus een deel van haar oorspronkelijke functie. Ze kan nog dienen voor lokaal (landbouw-)verkeer of als fiets- en wandelpad, maar tegelijkertijd is ze bruikbaar als overgang voor sommige dieren. Daarnaast kunnen er nog extra verkeersbeperkende maatregelen worden opgelegd, zoals een nachtelijk rijverbod of een beperkte toegang.

Momenteel zijn er in Vlaanderen nog geen bestaande bruggen omgebouwd tot bermbrug.

Hoe wordt zoiets gebouwd?

Dergelijke natuurverbindingen kunnen gerealiseerd worden op een nieuwe brug en ook door de aanpassing van een bestaande brug.  

Om een bestaande brug aan te passen wordt een gedeelte van de aanwezige wegverharding vervangen door een dunne laag aarde voor grassen en kruiden. Niet elke bestaande brug is geschikt om te worden omgevormd tot gecombineerde gemengde natuurbrug. De constructie moet stevig genoeg zijn om het extra gewicht te dragen (vochtige grondlaag, vegetatie, stronkenwal, schermen...).  

Inrichting en geleiding

Op een gecombineerde natuurbrug worden aparte stroken voorzien voor mens en voor dier. Die stroken worden van elkaar gescheiden door bijvoorbeeld stronkenwallen, houtstapels, struiken,… Dat maakt het gebruik voor de dieren ook aantrekkelijker. De voor de mens toegankelijke strook bevindt zich bij voorkeur aan één kant van de brug. Zo blijft het aan de andere zijde voldoende rustig voor de dieren. De natuurzijde wordt, net als bij de echte ecoducten, afgeschermd door schermen op de brugrand om verstoring door het wegverkeer te vermijden.

Net als bij een gewoon ecoduct moet de gecombineerde natuurbrug zo goed mogelijk aansluiten op de omliggende natuur. Licht en geluid worden zoveel mogelijk geweerd en er worden geleidende maatregelen naar de brug aangelegd.

Welke dieren passeren er?

Welke dieren een gecombineerde natuurbrug gebruiken is sterk afhankelijk van de inrichting.  Hoe breder de natuurzone en hoe minder verstoring door de medegebruikers, hoe meer dieren er gebruik van zullen maken. Op een ecoveloduct met een brede natuurzone zullen ook reeën of hazen passeren.  Op een bermbrug kan je eerder kleinere soorten als amfibieën of kleine zoogdieren zoals hermelijnen, muizen of eekhoorns verwachten.