Wegennet voor dieren

Waarom?

Als mensen kunnen wij ons overal naartoe verplaatsen. Te voet, met de fiets, auto, trein of bus, we beschikken in Vlaanderen over talloze wegen en middelen om onze bestemming te bereiken. Maar net diezelfde wegen maken het de dieren lastig om door het landschap te bewegen bv. op zoek naar voedsel of een partner. Hun natuurlijk leefgebied is namelijk doorsneden door onze wegen.

Een weg kan een onneembare hindernis zijn voor een dier. Elk jaar worden er dan ook vele duizenden dieren doodgereden, grote en kleine. Ook voor de weggebruikers zorgen overstekende dieren voor gevaarlijke situaties, met verkeersongevallen tot gevolg. Wat doe je als er plots een ree voor je opduikt op de weg? Plots remmen, uitwijken, botsen? Al die acties brengen jezelf en je medeweggebruikers in gevaar.

Versnippering

Luchtfoto van ecoduct "De Munt"

Het Vlaamse landschap telt heel veel wegen per vierkante kilometer (5,3 km weg per km2). Gemiddeld om de 300 meter komt een dier op zijn tocht door het landschap een weg tegen. Dat komt onder andere door onze lintbebouwing en de verspreiding van landbouw, industrie, dorpen en steden. Die situatie noemen we 'versnippering'. Om de versnippering te doorbreken moet er 'ontsnipperd' worden, zodat dieren weer hun natuurlijke paden kunnen volgen en zich gemakkelijker in het landschap kunnen verplaatsen. Een versnipperd landschap heeft immers heel wat nadelige gevolgen voor dieren en planten.

Gevolgen van versnippering

Vroeger volgde de natuur haar eigen weg. Alles stond met elkaar in verbinding, planten en dieren konden vrij bewegen en de ruimte gebruiken die ze nodig hadden. Nu kan dat niet meer. Planten en dieren ondervinden barrières wanneer ze zich willen verspreiden en voortplanten. Vooral voor dieren heeft dat heel wat nadelige gevolgen:

  • Voortplantings- , paai- of broedgebieden zijn onbereikbaar, waardoor soorten achteruitgaan of verdwijnen.

  • Versnipperde leefgebieden zijn vaak te klein of onbereikbaar vanuit andere gebieden om de aanwezige populaties gezond te houden. Als dieren zich enkel kunnen voortplanten binnen een kleine groep of er kunnen geen nieuwe dieren bijkomen, is er sprake van inteelt. Hierdoor worden populaties ziek en zwak, en dreigen ze te verdwijnen. Wanneer dieren zich van het ene leefgebied (habitat) naar het andere willen verplaatsen, lopen ze een grote kans om ernstig gekwetst of zelfs doodgereden te worden.

Ook voor planten heeft dat gevolgen. Planten van eenzelfde soort staan soms te ver van elkaar zodat ze elkaars bloemen niet meer kunnen bestuiven. Zaden geraken in een versnipperd landschap ook moeilijker op geschikte kiemplaatsen. Bovendien zijn veel planten afhankelijk van dieren om hun pollen of zaden verspreiden.

Ook voor de mens is het belangrijk dat planten en dieren zich veilig kunnen verspreiden door het landschap. Niet enkel om de verkeersveiligheid te verhogen, maar ook om ons leefmilieu gezond en vitaal te houden.

De maatregelen

Luchtfoto van ecoduct "Kikbeek"

De overheid neemt heel wat ontsnipperingsmaatregelen. We kunnen versnipperde leefgebieden van dieren bijvoorbeeld opnieuw verbinden met een ecoduct. Dat is een natuurbrug voor dieren. Ook andere maatregelen zoals ecotunnels, ecokokers, ecoduikers, amfibieëntunnels en gecombineerde maatregelen bieden dieren een veilige oversteekplaats. Ecorasters (of wildrasters) die je geregeld langs een drukke weg ziet, maken eveneens deel uit van de ontsnipperingsmaatregelen. Zij leiden de dieren naar de verschillende oversteekplaatsen en zorgen ervoor dat dieren niet op de weg belanden.

Er kan ook ontsnipperd worden via wegbermen. Door middel van een aangepast ecologisch bermbeheer kunnen planten overleven en zich uitzaaien. Midden in landbouw-, industrie- of stedelijke gebieden zijn bermen dikwijls een laatste wijkplaats voor zeldzame planten. Dieren kunnen via die verbindingen ook andere leefgebieden bereiken.

Daarnaast kunnen gebieden die nu nog ongeschikt of te klein zijn, beheerd worden om ze te laten uitgroeien tot leefbare gebieden of groene verbindingselementen voor dieren. Deze website focust echter vooral op de verbindende elementen over en onder wegen.

Hoe doen we dat?

In Vlaanderen werken verschillende overheidsdiensten hiervoor samen. De overheid wil zoveel mogelijk rekening houden met de impact van haar infrastructuur op de natuurlijke omgeving.

Van idee tot maatregel

Luchtfoto van ecoduct "Kikbeek"

Een ontsnipperingsmaatregel komt er niet zomaar. Ook is niet alles overal mogelijk. Daarom gebeurt er heel wat studiewerk voor we beslissen welke maatregel op welke plek het meest aangewezen is.

De bouw en het onderhoud van gewestwegen zijn de verantwoordelijkheid van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV). Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de omliggende natuur. Wat concreet betekent dat AWV samenwerkt met de natuursector binnen en buiten de Vlaamse overheid.

Binnen de Vlaamse overheid werkt AWV samen met het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE). Bij grotere projecten zoals ecoducten start die samenwerking al bij de planning, en loopt dan verder tijdens het ontwerp, de inrichting en de financiering. Na de aanleg van de infrastructuur ontfermt ANB zich meestal over het onderhoud en het groenbeheer. LNE laat monitoringsstudies uitvoeren naar het gebruik door dieren, sensibiliseert over ontsnippering en adviseert betrokken administraties.

Bij een nieuwe weg

Een nieuwe weg wordt zoveel mogelijk ingepland op plekken waar er weinig hinder is voor de natuur. Bij de aanleg maken ontsnipperende maatregelen een belangrijk deel uit van het wegontwerp. De ontsnipperingsmaatregelen zijn dikwijls het gevolg van milderende maatregelen uit een milieueffectrapportage (MER). In dat geval wordt ANB om advies gevraagd over de ecologische factoren en moeten eventuele afspraken worden gemaakt over het latere beheer.

Bij een bestaande weg

Het wegennet van Vlaanderen is bijzonder dicht en werd grotendeels gerealiseerd toen er nog geen aandacht was voor de mogelijke gevolgen voor dieren. Ontsnipperende maatregelen kunnen hier dus enkel achteraf aangebracht worden. Waar een weg grote natuurgebieden doorsnijdt, zijn vaak meerdere maatregelen nodig. Dan wordt in specifieke ontsnipperingsstudies gekeken welke maatregelen dat moeten zijn en waar ze het best gebouwd worden.

Herstellingswerken aan bestaande wegen zijn een ideale gelegenheid om ontsnipperende maatregelen te voorzien. Bestaande verbindingen voor mensen kunnen op die manier omgevormd worden zodat ze ook bruikbaar zijn voor dieren.  Denk bijvoorbeeld aan bruggen of tunnels met enkel lokaal verkeer of landbouwverkeer, of fiets- en wandeltunnels.

Soms laten de omstandigheden het niet toe om grote maatregelen (zoals een brug of een tunnel) aan te leggen. Dat zijn ook heel dure maatregelen die daarom maar op de meest cruciale plaatsen worden aangelegd. Dan kan er geopteerd worden voor  andere kleine maatregelen, zoals het plaatsen van waarschuwingsbordjes, wildspiegels, kleine ecotunnels,…